[00:00:00] Kijk dit is de doos. Opgediept uit onze depots. En dan is dit het dossier. Originele archiefstukken. Oh wauw ik heb dit ook nooit in het echt gezien. Vol vergeten verhalen. Durven wij aan te kloppen? Ik zie geen bellen. Op zoek naar stemmen. Mijn vrienden uit Lieshout en Aalriksel, die hadden allemaal een brommer. Van het Brabant van toen. Ben je wel in de goede eeuw geboren Suzanne? Nee, ik denk het niet. Om de wereld van nu. Ik denk dat ik twee eeuwen te laat het levenslicht zag. Beter te begrijpen. En het zijn woorden die helaas actueler zijn dan ooit Je luistert naar Het Geheugen van Brabant. We leven nu echt in hele gekke tijden wat dat betreft. De podcast van het Brabants Historisch [00:01:00] Informatiecentrum. Ja, dit is hem. Dit is mijn vader. Ja, heel goed. Nou ja. Met dit keer wat er voor jou verworgen bleef toen jij naar de Chinees ging. Als kind schaamde ik me voor het restaurant, het Chinese eten en het Chinees zijn. Rook naar frituur en gebakken rijst. Met schaamte nodigde ik mijn vriendjes en vriendinnetjes nooit thuis uit. Op een dag liep een klasgenootje ineens binnen, terwijl wij aan het eten waren. Het eerste wat ze riep was, het stinkt hier. Als kind hadden we wekelijks eten bij de Chinees. Zoals bijna iedereen die dat deed die ik kende. Ik herinner me het wachten op [00:02:00] plastic stoelen, de rode lampionnen. ...exotische geuren en de kalender die je kreeg aan het eind van het jaar. De Chinees was een plek waar het leek alsof je even in een andere wereld was. En tegelijk was het heel vertrouwd. Wat thuis normaal was, was buiten raar. Bawi Panggang. Mijn vader heeft het duizenden keren bereid en uitgeserveerd Maar we aten het zelf niet. Het was werk. Geen maaltijd. Het kwam dagelijks langs op borden, in plastic bakjes en over de toonbank. Maar nog steeds weet ik niet hoe het smaakt. Welke gerechten we haalden dat bepaalden mijn ouders. Zelf hoopte ik altijd dat uit een van die vele bakken, ingepakt in van dat vetvrije [00:03:00] papier, de pot met satésaus tevoorschijn zou komen om de kroepbroek in te doen. Die zat er lang niet altijd bij, maar Babi Panggang wel. Altijd. Mijn vader was er gek op. Toen ik als kind vroeg wat het was, zei mijn vader, is niet lekker, is voor de Hollanders. En dat is het altijd gebleven. Iets van de ander. Chinees eten halen is een vast onderdeel van mijn jeugd in de jaren zeventig. Iets bekendst terwijl het ook iets exotisch voor me had. Maar hoe anders was die wereld eigenlijk? Het duurde nog jaren voordat ik begreep dat wat voor mij eten uit bakjes was... voor een ander keihard werken betekende. Dat het eten dan wel bij ons op tafel stond, maar het verhaal erachter... Nooit in ons huis binnenkwam.[00:04:00] Je luistert naar Het Geheugen van Brabant. De podcast van het Brabants Historisch Informatiecentrum. Mijn naam is Marilou Nillessen. En in onze archieven zoek ik naar bijzondere verhalen over gewone mensen zoals jij en ik. Om te ontdekken wie we zijn, waar we vandaan komen... En waarom dat ertoe doet? Omdat het echt wel een onderdeel is van het Nederlandse straatbeeld. En het is zoiets nostalgisch bij mensen. Je kan een willekeurig persoon vragen voor een Chinees-Indische restaurant. Nou, dan komt een hele rij met allemaal woorden uit wat ze eraan doet denken. In deze aflevering neem ik je mee terug naar de Chinezen in Brabant, met als gids Julie NG, regisseur van de documentaire Meer dan Babi Pangang, over het Chinees-Indisch restaurant van haar ouders in Sint-Oederode, om te [00:05:00] horen hoe het is om op te groeien als Brabander tussen twee culturen tussen afhaalbakjes en verwachtingen, tussen integratie en discriminatie Want al die jaren dat jij naar de Chinees ging, bleef er iets voor jou verborgen. Een onbekend, een heftig verhaal. Een verhaal dat je nu gaat horen. Dit is het eerste deel van Vanavond halen Chinees. Slapen onder de toonbank. Dit is mijn vader. In 1975 kwam hij met mijn moeder vanuit Hongkong naar Nederland. Ik groeide op in ons Chinees-Indisch restaurant Lotus in het Brabantse Sint-Oederode. Als kind schaamde ik me voor het restaurant, het Chinese eten en het Chinees zijn. Meer dan Babi [00:06:00] Panggang is een documentaire die op het Nederlands Filmfestival in première is gegaan. En vanaf 19 februari in de bioscoop is te zien. De film is een ode aan Chinese restauranthouders. Hij neemt je mee langs thema's als culturele identiteit, migratie. Maar ook de manier waarop gerechten zich aanpassen aan de nieuwe omgeving. En in het hart van het verhaal staan de ouders van Julie en Gee. Die in het centrum van Sint-Oederode het Chinees-Indische restaurant Lotus hadden. Samen met jullie duik ik in onze archieven op zoek naar sporen van het restaurant, van haar ouders en van haarzelf. Wacht even, wat? Is dit echt van, ik herken het niet, maar als ik de naam lees ik krijg gewoon kippenvel. Oh, serieus? Ja, holy shit, sorry. We zijn wel al begonnen met opnemen, ja. Ik spreek jullie in De Waag, een oude stadspoort die uitkijkt op de Amsterdamse Zeedijk [00:07:00] Deze indrukwekkende locatie is haar werkplek Maar voor Julie ligt een archiefstuk dat ik heb meegenomen uit één van onze depots in de citadel van Den Bosch. Wow, dit is echt wel... Ja, dit is hem. Dit is mijn vader. Ja, heel goed. Nou ja. Wat dit precies voor archiefstuk is dat jullie zo raakt? Nou, ik vind dit echt heel bijzonder. Dat hoor je later. Ja, jeetje Dit is heel bijzonder. Sorry hoor. Ik blijf even hangen hier. Eerst neem ik je mee naar de plek waar dit verhaal begint. En dat is niet het drukke centrum van Amsterdam en ook niet de rust van onze depots in een bos. We gaan terug naar de jaren tachtig in Sint-Oederode.[00:08:00] Het enige wat ik nog wel goed weet in Sint-Oederode is als ik mijn ouders zag. Dan waren ze nooit per se heel blij, want dat kwam omdat ze zo hard aan het werk waren de hele tijd. En mijn vader was vaak in de keuken te vinden, dus als ik mijn vader nodig had, dan wist ik, oh ja, dan moet ik naar de keuken. En mijn moeder die stond altijd voor in het restaurant, achter de balie. Dat was haar plekje, zeg maar. Haar wieg stond in Woerden, provincie Utrecht maar als kleuter verhuisde Julie naar het Brabantse Sint-Oederode. Daar beginnen de herinneringen aan haar jeugd. En die gaan gelijk op met de herinneringen aan het restaurant van haar ouders. Als je zegt Sint-Oederode, het eerste waar ik dan altijd denk is aan [00:09:00] de voorkant van het restaurant. Ja, dat is toch wel, daar speelde het leven van ons, dat was onze bubbel eigenlijk, het restaurant. En dan de school daartegenover, dat was volgens mij de springplank. Of zat die ergens anders? Volgens mij was dat de basis van de springplank. En dat muurtje wat om de school heen zat, dat staat me ook heel erg bij. Omdat wij daar heel vaak op gingen zitten als wij het restaurant uit werden gestuurd op het moment als het druk werd. Dus mijn broer en ik hebben daar eigenlijk best wel veel rondgehangen, als het ware. Waarom moet je daarom lachen? Ja ik weet niet. Misschien is het... Het brengt enerzijds... Toch wel verdrietige herinneringen naar boven en misschien moet ik lachen omdat ik blij ben dat dat voorbij [00:10:00] is en dat ik nu ja een ander leven heb maar ja nee het is het is pas later dat ik gesprekken met mijn vader ben aangegaan om te vragen van goh is dat ooit jouw droom geweest het runnen van het restaurant en hij zei dan ja eigenlijk heel droog antwoordde hij van ik Een droom, mensen zoals ik hebben nooit kunnen dromen. Ik ben niet naar school geweest dus het enige wat ze kunnen doen is hard werken. En toen ik dat hoorde, dat deed toch wel eventjes pijn. Dan pas realiseer je je van, oh ja, wacht even. Ze hebben het best wel... Ze hebben het niet makkelijk gehad om naar een ander land te gaan waarbij ze de taal en de cultuur niet kennen. [00:11:00] De eerste Chinezen kwamen al in 1911 naar Nederland. Aanvankelijk voor tijdelijk werk in de havens Maar de economische crisis van de jaren dertig Maakten een terugkeer voor velen onmogelijk. Ze verloren hun banen, kwamen in de schulden bij de pensioenhouders waar ze verbleven. En om de crisistijd door te komen, verkochten ze pinda's of pindakoekjes op straat. Of ze openden kleine eethuizen. En zo verspreidden ze zich langzaam door heel Nederland. En zo komen ze ook in Bramant terecht. En legden hier de basis voor onze huidige Chinese gemeenschap Eerst via Eindhoven en Tilburg, maar eigenlijk vonden Chinezen in iedere Brabantse stad of dorp wel een nieuw thuis. De meeste van hen werken nog altijd in de horeca. Nou ja het was best wel een eenzaam bestaan. Althans voor mijn broer en mijzelf. Mijn ouders waren continu aan het werk en ze hadden geen tijd voor ons. [00:12:00] En op school ben ik een aantal keren in slaap gevallen, omdat onze bedtijden ook heel erg varieerden, van de drukte, van het restaurant. Maar het restaurant wat voor Julie haar thuis was, werd door anderen vaak gezien als vreemd anders. En die plek die bleek ook niet het droom van haar ouders. Het was werk. Hard werken. Kun je jezelf herinneren dat je in slaap bent gevallen? Of dat kinderen moesten lachen? Ik kan me nog wel voorstellen... Ik weet nog... Het was een soort van Pavlov effect, op het moment dat de juffrouw een voorlezenboek tevoorschijn haalt, dan dacht ik, oh oh, dat gaat niet goed. Dus ik ging zijn voorlezen en dan viel ik gewoon standaard in slaap. Op keer werd ik wakker [00:13:00] en ik weet nog, ik lag op een stretcher, dat had de conciërge Neergelegd en mij daar opgelegd. En ik werd wakker en zag allemaal hoofdjes... van mijn klasgenootjes zo boven mij hangen... die zo naar mij aan het kijken waren. Wat een nachtmerrie om dan wakker te wonen. Ja, en ik dacht, oh. Ik dacht in eerste instantie oh wat is er gebeurd? En toen dacht ik, oh nee, het is weer gebeurd. Ja, ja. We lachen erom. Maar als ik denk aan mijn eigen basisschooltijd... hoe je als kind vooral niet uit de toon wil vallen... Het lijkt me wakker worden, onder het oog van toekijkende klasgenootjes, echt een rampscenario. Maar ik moet ook denken aan de ouders van Julie. Hoe kun je én keihard werken in je restaurant, én tegelijkertijd je kinderen een regelmatig leven bieden? Dat kan toch ook haast niet? Ja, dus we hadden niet echt vaste bedtijden Volgens mij ben ik iets van [00:14:00] drie keer in slaap gevallen in de klas en mijn ouders hadden ook geen tijd voor ouderavonden en dat soort zaken, maar dit was wel iets zo urgent dat de juffrouw mijn moeder echt op het matje had gehoopt van hé, dit kan niet, waarom valt jouw dochter in slaap in de klas? Nou ja, mijn moeder heeft op een gegeven moment iets verzonnen daarop, zodat we toch op tijd naar bed gingen. Dus onder de afhaaltoonbank was een vrij grote ruimte en dat had ze toen ingericht als een soort van bedstede, waar mijn broer en ik dan in konden slapen en mijn moeder dan tegelijkertijd een oogje in het zeil kon houden. Stel je voor, je bent een jaar of tien hartstikke moe en je wil naar bed. En dat kan alleen als je samen met je broertje gaat slapen in het restaurant van je ouders. Onder de [00:15:00] toonbank. Dus je slaapt tussen de belletjes door als er weer een maaltijd klaar is. Tussen de etenscheuren, tussen de stemmen van de klanten. Mensen uit het dorp. Van wie de kinderen, jouw klasgenootjes, lekker in hun eigen bed liggen. Tussen hun eigen knuffels. Verderop in de straat. Maar in een andere wereld Ik weet nog een keertje dat mijn broer en ik fietsten ergens op straat. En er waren wat oudere kinderen die aan het rondhangen waren. En op een gegeven moment riep er eentje van, ga terug naar je eigen land. En dat er een andere wereld was, daar komt Julie op een confronterende manier achter. En dat was een hele gekke opmerking, want ik dacht hè? Maar waar moet ik dan heen? Een wereld waar zij, [00:16:00] blijkbaar, tot haar eigen verbazing niet bij hoort. Ja, want ik ben gewoon geboren en getogen in Nederland, dus dat was voor mij heel verwarrend. Het was eigenlijk op dat moment dat ik me toen ging beseffen van, oh, ik ben dus anders. En dat is er langzamerhand steeds meer ingesloopt eigenlijk, naarmate ik ouder werd. Dat besef? Ja, van dat ik anders was en ben. Ja, ik weet niet of ik dat nog steeds ben, maar in ieder geval... Een casual ni hao zo nu en dan, krijg nog steeds wel naar mijn hoofd geslingerd ja. Oké Zou dat dan vriendelijk moeten zijn of ben ik echt supernaïef Nou ja, ik bedoel ik had natuurlijk ook Japans kunnen zijn of Koreaans. En als je dan Nihao zegt, dan is dat sowieso al ongepast. Want puur vanwege het uitdruk ga je ervan uit dat iemand dus Chinees spreekt. En in dit [00:17:00] geval Mandarijn. En dat spreek ik niet eens. Dus ja, het zijn ook vooroordelen die dan worden geverbaliseerd. Terwijl je eigenlijk niet eens weet wat er op de grond is. Precies Het beeld bestaat dat Chinese mensen goed zijn geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Je hoort toch zelden dat er problemen zijn? Maar dat is veel te simplistisch. Alleen al omdat de Chinees niet bestaat. De groep Nederlanders met een Chinese achtergrond is heel divers. Spreekt vaak niet eens dezelfde taal. En dan heb je ook nog te maken met verschillende generaties. Ik bedoel, mijn ouders werden nota bene in het restaurant... Als eigenaar zijnde ook gediscrimineerd. Terwijl ze aan het werk waren en de gasten eten gaven. Maar hoe heet het? Het was hun bron van inkomsten. Dus zij konden en durfden ook niet daartegen in te gaan of daar iets van te [00:18:00] zeggen. Vonden ze Nederlands niet enorm Zeker. Zeker. En in dat opzichte absoluut. Het is gewoon totaal respectloos dat je grapjes aan het maken bent over iemand die jou eten aan het geven is. Ja. Dat doe je gewoon niet. En wat waren die grapjes dan? Zag een bal bij, met een gek accent praten en een beetje van die uitlokkende dingen. En je ouders reageerden daar gewoon niet op? Nee, ja, of ze lachten het een beetje weg. Maar er iets van zeggen van, hé, dat is niet oké dat is ook niet aan de orde Maar ja daarbij was ook, kijk Nederlands was ook niet hun... ...hun moedertaal. Nee, nee. Dus het was ook lastig voor ze om daar tegen in te gaan. Ja, snap ik. Ja. Maar goed, hun focus lag natuurlijk op het werken en geld verdienen. Dus daar hielden zij zich ook helemaal niet mee bezig Dat is ook niet hun prioriteit om er iets mee te doen. Nee. Dus dat heb je dan. Maar de jongere generatie merk je dus wel dat [00:19:00] ze veel mondiger... Zijn geworden en ook daadwerkelijk tegen anti-Aziatisch racisme aan het bewegen zijn. Nu vertelt Julie haar verhaal, ze laat haar stem horen. Maar dat was in haar jeugd in Sint-Oederode, wel anders. Er zijn foto's uit die tijd, van haar jeugd. Kleurenfoto's met die wazige focus uit de vorige eeuw. Van haar vader, serieus gezicht in de deuropening van zijn restaurant, op smetteloos witte Nikes. Van de kinderen, zorgvuldig opgesteld voor het restaurant. Of zittend op de motorkap van hun Peugeot. Foto's waarop niemand lacht. [00:20:00] Ik was een keer thuis aan het, nee in het restaurant aan het middageten met mijn ouders. Op een gegeven moment kwam er toch een klasgenootje ongelukkig binnen, ik weet ook niet meer waarom. Het eerste wat ze zei was het stinkt hier. Ja en toen dacht ik oké dus dat eten wij zijn raar, het eten wat we eten is raar, dat is altijd raar aan ons. En het stinkt het heeft ook wel een lading Ja precies En ja, dat gaf mij dus de indruk dat het eten dat wij thuis eten dat dat gewoon gek is. En dus ik wilde daar niet mee geassocieerd worden. En bovendien, mijn ouders, of tenminste mijn moeder, die zei ook altijd... ja, als je niet zoals mij en je vader wilt zijn, dus in het restaurant werken... dan moet je heel hard gaan studeren, zodat je een beter leven kan krijgen. Dus voor mij was het überhaupt... Eten maken of koken of in een restaurant werken Alles wat daarmee te maken had, dacht ik van... Oh nee, dat moet ik niet gaan doen. Nee nee. Daar moet ik geen aandacht aan [00:21:00] besteden. Nee nee Maar tussen al die foto's uit haar jonge jaren zit er één, ja eentje die me kippenvel bezorgt. Dat is het restaurant van mijn vader. Een kleurenfoto waarop twee kinderen voor het restaurant zitten. Het jongetje zit op zijn hurken en trekt een gek gezicht. En het meisje naast hem zit op een groene skippiebal en lacht breed uit naar de camera. Alsof ze zich niet bewust zijn van wat er achter hen op de ramen van het restaurant staat geschreven. Een dag kwam hij beneden en alle ramen waren dus zo geverfd Dat was gewoon puur racisme. Vrijwel alle ramen zijn dichtgekalkt met witte verf. Eén raam niet. En daar is opgeschreven Sambal Elbij...[00:22:00] Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik voel ongemak En ik bedenk me hoe vaak mijn zus en ik in onze jeugd dit als grappig tegen elkaar hebben gezegd als we Chinees gingen halen. Zonder ooit één seconde stil te staan bij de vraag hoe ze iets voor een ander moet voelen. Niet grappig maar pijnlijk. Dan heb ik hem nog wel gevraagd heb jij toen aangifte gedaan? Maar dat heeft hij niet gedaan. Ik denk ook met de gedachte van, er gebeurt toch niks. En mijn vader die denkt, oké ik zal het allemaal schoonmaken dan, hup, [00:23:00] het leven gaat door. Dit is de generatie van mijn ouders. Ik noem ze vaak de stille generatie, omdat zij inderdaad niet op de barricade stonden. Een stille generatie. Achter de plastic bakjes en vertrouwde smaken ging een levensschuil dat voor ons gemak grotendeels onzichtbaar bleef. Dromen die werden uitgesteld Kinderen tussen toonbank en keuken. Ouders die geen ander leven hadden dan werken. En wat ze terugkregen waren beledigingen, hatelijke opmerkingen of racistische teksten op hun ramen. En ik merk, de schaamte die Julie vroeger voelde, die voel ik nu. En misschien voel jij het ook. Het gebrek aan nieuwsgierigheid naar hun verhaal. Hoe we zelden verder keken dan het menu.[00:24:00] Echte erkenning begint wanneer we durven luisteren naar wat zo lang onuitgesproken bleef. Want niet alleen de generatie van de ouders van Julie bleef stil, ook het archief zwijgt. Onze archieven peilen uit van actes, vergunningen, inschrijvingen maar er ontbreken belangrijke verhalen. Het verhaal van de Chinese gemeenschap, dat is zo'n onbekend stukje geschiedenis wat eigenlijk best wel kwalijk is.[00:25:00] Fijn dat je hebt geluisterd naar het eerste deel van Vanavond halen we Chinees. Bedankt dat ik dit verhaal aan jou mocht vertellen. Veel dank aan Uiteraard Chili NG en ook aan alle collega's die deze podcast hebben mogelijk gemaakt. In de show notes vind je precies wie dat allemaal zijn. En in deel twee gaan we verder op zoek naar die bijzondere verhalen, die verhalen die nu nog ontbreken. Je hoort hoe het Julie en haar familie verging na het vandalisme aan hun restaurant. Ja, ik weet eigenlijk niet zo goed of ik dat überhaupt wil noemen, om dat dan weer zo van nieuw leven in te bladeren eigenlijk wel. En je hoort, zoals beloofd, welk bijzonder archiefstuk uit onze depots voor Julie en De cirkel rondmaakt. Holy shit, ik krijg gewoon kippenvel. En die aflevering staat maandag 16 februari voor jou [00:26:00] klaar.